 |
Het Puppy zwemmen wordt geintroduceerd voor
5-jarigen en is goede voorbereiding op het A-traject. Door het
volgen van het Puppy traject verwachten wij dat met name de
eerste fase van het A-traject sneller doorlopen kan worden.
Afhankelijk van de vorderingen in het Puppy traject verwachten
wij dat we tegen einde ook kunnen beginnen met de beginselen van
het leren zwemmen. We gaan met de Puppy groepen het gehele
onderstaande traject doorlopen en sluiten het traject af met
diploma Puppy-3. Puppy zwemmen is geen
voorwaarde om in het A-traject toegelaten te worden. Kinderen
die in de loop van het zwemseizoen 6 jaar worden kunnen worden
toegelaten in het A-traject, indien daar ruimte is. Mochten de
A-groepen vol zijn dan adviseren wij uw kind te plaatsen in de
Puppy groepen.
Vanaf 2009 zullen er in het A-traject twee startgroepen ontstaan.
Een groep welke helemaal start bij het begin met watergewenning
en een groep met ervaring uit het Puppy-traject. Deze laatste
groep zal naar verwachting vrijwel direct kunnen starten met het
hoofdtraject.
Het Puppy zwemmen kent de onderstaande niveaus:
Puppy-1
- onder de douche, rechtop staan, ogen open
- enkele meters voorwaarts en achterwaarts
door het water lopen (zonder hulp, in minimaal heupdiep
water)
- vallen en opstaan over ongeveer 5 meter
(in minimaal heupdiep water)
- neem een hap water en spuug het als een
fontein weer uit
- drijven op de rug, met een t-shirt (lucht
eronder)
- enkele meters langs goot, stang of
scheidingslijn verplaatsen (voeten mogen de bodem niet raken)
- over enkele meters aan de oppervlakte een
ballon vooruit blazen

Puppy-2
- zittend vanaf de kant of vanaf een vlot
in het water vallen
- over enkele meters vallen en opstaan,
waarbij het hoofd onder water gaat (dolfijnen)
- (uit)drijven op de buik (zonder hulp en
met hoofd in het water)
- (uit)drijven op de rug (zonder hulp)
- iets van de bodem pakken (heupdiep water)
- uit het water klimmen via de kant of een
vlot
- bellen blazen aan de oppervlakte en onder
water

Puppy-3
- vanaf de kant of vanaf een vlot
zelfstandig in het water springen
- een paar tellen op de bodem zitten of
liggen (heupdiep water)
- onder een drijvend voorwerp doorgaan (lijn,
stok of hoepel)
- 2 meter zelfstandig voortbewegen op de
buik (hoofd in het water)
- drijven en dan zonder hulp draaien van
buik naar rug en van rug naar buik
- 10 seconden rechtopstaand drijven in het
water waar je net niet meer kan staan
- 20 seconden drijven waarbij een ballon
wordt vastgehouden

|
 |
|
|
|